Tiel, Nederland

If we had the power to bring our neighbors home from war

25 januari 2018 - Tiel, Nederland

John Mayer – Waiting on the World to Change

“Hoe gaat het op voetbal?” vraag ik één van de jongens van het project waar ik sinds kort werk. “Slecht. Ik moet veel nadenken over mijn familie. Ik moet dan veel huilen”. Ik weet niet zo goed wat ik moet zeggen, zo vlak voor het slapengaan. Ik wil niet dat hij de hele nacht wakker gaat liggen. “Soms is sporten goed. Dan denk je aan andere dingen”, troost ik hem. Hij is één van de 12 jongeren die uit Oost-Afrika gevlucht is en in een woongroep terecht is gekomen. Aan het begin van de maand had ik al kennis gemaakt met de groep en zij met mij. Nu stond ik voor mijn eerste nachtdienst en omdat ik slechts kort van tevoren was gevraagd of ik voor een zieke kon invallen, vergat ik mijn tandpasta. De jongen pakte zijn tube en gaf me zijn bijna laatste restje tandpasta. “Natuurlijk mevrouw”. Ik vind het moeilijk te bevatten dat de jongeren Rutgers´ leeftijd hebben en al zo zelfredzaam zijn. Met hun weekbudget doen ze boodschappen en koken ze. Daarnaast maken ze schoon volgens hun corveetaken. Ze zouden een voorbeeld zijn voor iedereen.

Mijn eerste nachtdienst zat erop en onderweg naar mijn andere baan, dacht ik terug aan de woorden van de jongen. In de rapportages kon ik lezen dat een gezinshereniging was afgewezen. Ik dacht terug aan zijn situatie, maar ook aan dat hij bereid is om zelfs zijn laatste druppel tandpasta aan mij te geven. De jongeren zijn zo lief, zo vriendelijk, zo gemotiveerd om hun steentje aan de maatschappij bij te dragen, maar hebben ondertussen de vreselijkste traumatische herinneringen. Ik heb de hele treinrit gehuild.

Ik moet nog veel leren als hulpverlener, maar misschien nóg wel meer als docent. Sinds drie weken geef ik lessen in loopbaan & burgerschap en Spaans op een particuliere mbo-school. Ik mag dan tijdens mijn les loopbaan & burgerschap over politiek praten. Politiek wordt vaak geassocieerd met “saai” en iets dat ver van jongeren af staat. Daarom begin ik regelmatig bij mijn klassen over mijn vluchtelingenwerk en over het - in tegenstelling tot wat mijn studenten denken - krappe weekbudget waar vluchtelingen van moeten leven. Over hoe onze stem bepaalt wie er voor ons beslissingen mogen maken en wat voor gevolgen dat heeft voor nieuwkomers. Wanneer ik vertel over het vluchtelingenwerk, krijg ik de klas muisstil. Daarna debatteren we over hoe representatief onze veelal blanke, mannelijke, oude, hoogopgeleide volksvertegenwoordigers zijn.

Ik bevind me tussen de meest geprivilegieerde en minst geprivilegieerde mensen en dat levert vooral innerlijke conflicten op. Op het ene moment sta ik te borrelen met lallende studenten die te maken krijgen met hoge verwachtingen en keuzestress door overvloedige rijkdom. Vervolgens ga ik naar een jongerenvergadering van de Oost-Afrikaanse jongeren waar ze met Tigrinya, Oromo en Arabische tolken de kans krijgen zichzelf uit te drukken.  Soms vecht ik tegen mijn tranen door de situaties waarin ze zich bevinden en bevonden. Ik denk dan terug aan alle kritieken op mijn studie antropologie en dat er geen werk in te vinden is, maar ook naar mijn angst om full time te werken. Ik heb de meest antropologische banen ooit en heb alleen al in de afgelopen drie dagen meer dan 50 uren gewerkt. Ik heb werk gevonden waar mijn hart ligt, waar ik gelukkig vandaan kom en waar ik bijna niet meer doorheb dat ik aan het werk ben.

Een andere innerlijke strijd die ik voer is mijn financiële situatie. Na jaren op een super low budget geleefd te hebben, is er opeens geld voor brood bij Bakkerij Bart in plaats van de pain de boulogne die met 35% korting bij de AH ligt. Ik kan het mezelf veroorloven om nieuwe kleding te kopen en kan tijdens weekendjes weg in hotels slapen. Het is een rijkdom die niks voorstelt bij mijn studenten die een nieuwe Volvo krijgen voor hun verjaardag, maar waarmee ik worstel als ik denk aan iedereen die in armoede leeft. Ik betrapte mezelf op een schuldgevoel toen ik een pizza van 9 euro bij Thuisbezorgd bestelde en uit principiële overwegingen koop ik nog steeds de producten die anders bijna worden weggegooid. Ik vraag me af of en hoe ik in het reine kan komen met mezelf wat betreft mijn bestedingspatroon en hoe ik mijn overvloedigheid kan inzetten. 

2 Reacties

  1. Marten en tineke:
    25 januari 2018
    Wat fijn dat je twee zulke verschillende banen hebt gevonden en daarmee twee werelden van elkaar kunt laten leren. Betrokken mensen kennen altijd twijfel. Lastig voor je zelf, goud waard voor je omgeving. Een beetje verwennerij hoort er bij op zijn tijd, daar moet je van genieten! En jou kennende heeft die jongen een nieuwe tube tandpasta van je gekregen!
  2. Ruurd Huizinga:
    25 januari 2018
    Mooie blog Renate, dank je. Als je in Nederland woont wordt je met de welvaartsmaatschappij "besmet", kan niet anders. Maar volg je geweten, en voel je dan niet schuldig. Vecht ik ook al lang mee. Kleine dingen (tube tandpasta) zijn dan belangrijker dan de grote issues!!

Jouw reactie